Verspreiding

Waarschijnlijk hebben de verre voorouders van de huidige Helleborus zich in de oertijd van Zuidoost-Azië naar het Westen verspreid, langs de oevers wat toen de Middellandse Zee was. Door de voortdurende afwisseling van ijstijden en warmere periodes ontwikkelden de planten de eigenschap de groei en de bloei te kunnen vertragen of zelfs te kunnen onderbreken. Een ander overblijfsel uit die tijd is het meer of minder uitgesproken vermogen om op temperaturen beneden het vriespunt te reageren met het verlagen van de celspanning. Stijgende temperaturen keren dit proces weer om. Dit fenomeen is goed in de ochtend te zien na nachtvorst. De bladeren en bloemen neigen dan naar de grond. In de loop van de dag richten zij zich bij stijgende temperaturen weer volledig op. 

Het geslacht Helleborus beperkt zich qua verspreiding tot het noordelijk halfrond en dan met name Europa en Azië. De grootste concentratie aan Helleborus-soorten is rond de Oostzee aan te treffen. Echter ook aan de oevers van de Zwarte Zee zijn verschillende soorten inheems. 

Alleen de soorten Helleborus vesicarius en Helleborus thibetanus wijken wat verspreidingsgebied betreft af. Helleborus vesicarius groeit in het grensgebied tussen Syrië en Turkije. Helleborus thibetanus komt uit China.