Helleborus odorus

Helleborus odorus, Waldstein & Kitaibel (1809)

Deze Helleborus soort komt oorspronkelijk uit de noordelijke delen van Macedonië, Kroatië, Servië, uit West-Roemenië, Slovenië en uit Zuid-Hongarije. Daar groeit hij aan de rand van eiken- en beukenbos, en ook wel in gras- en hooiland, op kalkrijke grond samen met Cyclamen, Iris, Pulsatilla en Anemone.

Het donkergroene blad bestaat uit maximaal elf deelblaadjes. Elk blaadje is aan het uiteinde getand. Sommige exemplaren hebben zilverachtig haar op het jonge blad en een behaarde onderzijde van het oudere blad. Het blad van andere planten is dan weer niet of nauwelijks behaard. Het blad overwintert maar ten dele en kan in de loop van de winter zwaar beschadigd raken door koude en wind. Beschadigd blad moet nog voor de bloei worden verwijderd.

De geelgroene tot groene bloemen verschijnen in het wild tussen februari en april. In de tuin bloeit de plant meestal al in januari. Per bloemsteel worden gewoonlijk twee tot drie bloemen gevormd, maar af en toe wel tot zes stuks.

Zet Helleborus odorus in de tuin op een voldoende vochtige plaats, in de halfschaduw of zon.