Soorten

Helleborus behoort met al z’n soorten tot de Ranonkelfamilie (Ranunculaceae). Tot dezelfde familie behoren tevens de bosrank (Clematis), de ridderspoor (Delphinium) en de kogelbloem (Trollius).

Bij Helleborus worden twee grote groepen onderscheiden: de caulescente soorten (met stengelontwikkeling) en de acaulescente soorten (zonder stengelontwikkeling). Het verschil tussen beide groepen is dat de caulescente planten, in tegenstelling tot de acaulescente planten, stengels vormen boven de grond.

Verder is er een onderscheid tussen deze twee hoofdgroepen wat betreft de ontwikkeling van de wortels, het zogeheten rizoom. Als gevolg hiervan kunnen de caulescente soorten niet vermeerderd worden door scheuren en de acaulescente soorten wel.

De kerstroos (Helleborus niger) maakt deel uit van een eigen ondergroep. Hij behoort tot de acaulescenten in de zin dat hij geen stam boven de grond vormt, maar er zijn verschillen met de andere soorten van de ondergroep Helleborastrum, waartoe alle acaulescenten met uitzondering van Helleborus thibetanus behoren.

In de volgende lijst, die Joseph Woodard in 2006 heeft opgesteld, kunt u zien tot welke van de twee hoofdgroepen de verschillende botanische soorten behoren.

Klik op een soortnaam om meer te weten te komen over die specifieke soort.

Helleborus foetidus

Helleborus x sternii

Volgens de indeling van Brian Mathew kan Helleborus in zes groepen worden verdeeld. De onderverdeling in de verschillende groepen is gebaseerd op de volgende kenmerken: 

- duidelijk zichtbare kenmerken, bijvoorbeeld de aanwezigheid van een stengel 

- al dan niet vergroeide vruchtbladen 

- vorm en kenmerken van de meeldraden 

- grootte en vorm van het zaad - vermogen tot hybridevorming 

- bladvorm en variaties hierin

- bloemkleur 


Hieruit komt de volgende indeling van de diverse soorten voort:

Kruisingen

Helleborus x ballardiae HGC® Sparkle℗
Helleborus x ballardiae HGC® Sparkle℗